1. Kijk en luister naar de cliënt
  2. Weet waarom je kijkt en luistert
  3. Let op verbale en non-verbale uitingen
  4. Vraag het de cliënt als je iets wilt weten
  5. Verzamel je gegevens over de cliënt in je hoofd of op papier
  6. Beslis of je iets moet rapporteren naar aanleiding van je observatie